Napret

Negen jaar geleden vertrokken zuslief en ik wandelend vanuit Maastricht naar Rome. Elk jaar komt de stad van Romulus en Remus dichterbij. We zijn de Alpen over en lopen inmiddels in noord-Italië.

Vandaag gaat het dan echt gebeuren. De Povlakte ligt nu definitief achter ons en de komende 3 dagen gaan we dwars door de Apennijnen. Een weinig toeristisch gebied met schaarse overnachtingsmogelijkheden. In grote lijnen volgen we vanaf de St. Bernardpas de via Francigena, die wij nu al bestempeld hebben als de opvolger van de pelgrimage van Santiago de Compostella. Dit is het vierde jaar op dit pad en we zien het elk jaar drukker worden.

Stijgen en dalen
We vertrekken met de geruststellende gedachte dat we vanavond een plek hebben in hostel Cassio en morgen er op zijn Italiaans iets geregeld is bij een hostel op de Cisa Pass. Prima. In de benen dan maar. We verlaten Fornovo di Taro en moeten meteen ‘aan de bak’. Het stijgt langzaam, maar de afdalingen zijn erg stijl. We zullen in totaal ruim 600 meter stijgen, waarbij het venijn als altijd in het staartje zit.
Tijdens het dalen ga ik zigzaggend naar beneden. Zuslief huppelt als een hinde elke berg af en moet beneden steeds op me wachten.

Overkant
We ontmoeten een Zwitserse dame die alleen op pad is naar Rome. We blijken ongeveer hetzelfde tempo. Wij wat sneller maar vaker rusten, zij gestaag zonder veel te stoppen. Het eerste deel pakken we de fiets-variant, asfalt dus. Zuslief blij. Als Vierdaagse loper gaat haar voorkeur uit naar bestrating. Zelf wissel ik graag af, mijn spieren worden zo stijf op het asfalt.
Geen dorpjes onderweg, af en toe een verlaten huis en her en der een kappeltje. Beetje doods eigenlijk na de drukte van de Povlakte. Ongeveer halverwege, blijkt het gehucht Terenzo een kerk te hebben en -hoera- een barretje. Een cappuccino gaat er altijd in. Binnen blijkt onze Zwitserse dame al aan de koffie te zitten. Wanneer ze ons tegen elkaar hoort praten, vraagt ze of wij de Hollandse dames zijn want die werden gemist tijdens de oversteek over de Po. Dat is wel bijzonder. Blijkbaar is er een soort buzz onder de wandelaars over wie er allemaal onderweg zijn. Wij kozen de noordoever-route om niet afhankelijk te zijn van het pontje. Om met het pontje overgezet te worden moesten we wel erg vroeg uit bed. We doen liever rustig aan.

Hostel
Voor het eerst in al die jaren slapen we in een hostel. Lekker goedkoop, maar ja, geen drank, geen ontbijt. De beheerder verwacht inderdaad 2 Hollandse dames. Waarom heeft hij niet gewoon mijn e-mail beantwoord zodat ik wist dat hij bedden had gereserveerd! Het is een vreemde vogel, die man, creepy zelfs. En zijn hostel is ook vreemd. In de slaapkamer zijn 5 slaapplekken maar we blijken de enige twee gasten. Althans in deze kamer. De badkamer is aansluitend maar als we ons willen opfrissen lijkt het alsof de ruimte al in gebruik is. Er hangen badpakken aan haakjes die van mijn oma hadden kunnen zijn, handdoeken liggen verspreid in de ruimte alsof ze al gebruikt zijn. We voelen ons bespied.
Wanneer we opgefrist weer buiten staan op zoek naar eten en drinken, komt onze Zwitserse dame aanlopen. De beheerder zegt dat hij geen plaats meer heeft, maar weet nog wel een ander adresje voor haar. Ook vreemd, want er is genoeg plaats.

Hoewel het pas 16:30 uur is mogen we toch bij de pizzeria naar binnen en serveert de eigenaar ons graag een drankje. En, zoals hier gebruikelijk, wordt er ook een schaal met hartige hapjes neergezet. Voor nu, drankje, hapje, Wifi, meer hebben we niet nodig.

 

 

 

Italië, 17 oktober 2019