Onverhard wandelen

"Hoeveel onverhard vandaag?" Het is de vraag die zuslief elke dag stelt op onze route naar Rome.
 

Rust versus rumoer

Wanneer ik zuslief voorstel om in etappes naar Rome te lopen, doen we eerst een rondje Island of Wight. Ze heeft geen enkele ervaring met wandelen, maar ze is al snel ‘om’. Ze vindt het geweldig. Vanaf dat moment loopt ze elk jaar de Nijmeegse Vierdaagse.

Haar 4-daagse wandelschoenen gebruikt ze ook voor onze route naar Rome. Al vanaf het eerste jaar, lopend via de GR5, is duidelijk dat het onverharde pad niet haar voorkeur heeft. Ze is bang mis te stappen, heeft weinig grip op de ondergrond, voelt elk steentje en haar enkels zijn onbeschermd.

Haar vraag maakt duidelijk wat de voorkeur is van de routeplanner. Het klopt, je moet soms beter opletten waar je je voeten zet, maar het is veel minder vermoeiend. Verharde wegen verstijven mijn spieren. Maar belangrijker nog is alles erom heen. Voor mij is het rust versus rumoer.

 

Meanderen

Vandaag loop ik alleen en niet naar Rome. Dus kan ik zonder bezwaar kiezen voor onverhard. Na het duinzand van Noord-Holland kies ik dit keer voor het gras in Gelderland, het Hanzestedenpad etappe B. Op naar Zutphen. Vanaf station Zutphen ga ik struinen langs de Berkel, een prachtig voorbeeld van verschillende onverharde paden, met een meanderend riviertje als rode draad. Waar ik vrij door de weilanden mag lopen, zigzaggend om koeievla te vermijden. Waar hekjes staan, maar geen afrastering. Waar het pad soms natte voeten oplevert door het vochtige gras. Waar graspaadjes zijn gemaaid, zo glad als een golfbaan. Waar het mais hoog oprijst langs het pad. Waar doorkijkjes naar oude landgoederen te vinden zijn. Waar je moet uitkijken niet het water in te lopen.

Daar loop ik, genietend van de verende ondergrond.

 

Vlak voordat ik het dorpje Almen binnenloop constateer ik dat de Achterhoek een groot fietsnetwerk moet hebben. Even trekken fiets en wandelaar samen op. De fietsers omsingelen mij. Dat is wel even wennen wanneer je eerder uren hebt kunnen lopen zonder een mens tegen te komen.

 

In het kleine Almen pak ik de bus terug. De rest van de hele rondwandeling doe ik een volgende keer.

Ook zin in deze wandeling? Ga dan naar Wandelnet.

 

Ben ik gek geworden?

Wat is er mij met aan de hand? Ik hoor bomen praten en ik zie ze vliegen. Komt dat door mijn vertrekpunt? Ik loop een etappe van het Marskramerpad, maar start niet, zoals gebruikelijk zou zijn, in Amersfoort.

 

Te gek om los te lopen

Mijn beginpunt is station Den Dolder. Om het Marskramerpad op te pikken moet ik het terrein van Willem Arntsz hoeve doorkruisen. Dat doe ik wat zigzaggend om de bijzondere gebouwen te bewonderen. Het terrein is in het begin van de 20ste eeuw gekocht door de stichting Willem Arntz in “de overtuiging dat een meer doeltreffende genezing van de lijders van krankzinnigheid gevonden kon worden door een verpleging te midden van de schoonheid en de rust der vrije natuur”.
Diverse paviljoens, een boerderij, een mortuarium, dienstwoningen, directiewoning. Alles in stijl van de Amsterdamse School. Treurig stemt me het aantal gebouwen dat nu leeg staat. Als ik dit onderwerp op internet opzoek, leer ik dat de ggz-organisatie het terrein gaat verlaten en dat er woningen gebouwd zullen gaan worden. Ik mag hopen dat de gemeente goed in de gaten houdt dat de prachtige gebouwen worden opgeknapt en een mooie bestemming krijgen.


Pratende bomen

Het was vroeg toen ik op pad ging vanochtend. Dat is fijn want dan is het bos voor mij alleen. De hondenuitlaters zijn al weer naar huis en de families zitten nog thuis. Ik loop het Ridderoordse Bos door. Veel vogels hoor ik niet, maar er is wel een bijzonder geluid dat ik niet meteen kan thuisbrengen. Ik stop regelmatig om te luisteren. Als ik naar boven kijk, zie ik opeens waar het geluid vandaan moet komen. De wind zwaait de dunne naaldbomen heen en weer. De stammen lijken te communiceren. De bomen hebben jeuk, zal mijn kleinkind later zeggen.
Na een pauze met appelgebak bij de Mauritshoeve duik ik weer het bos in, op weg naar Hollandse Rading. Ik geef een koetsier met een kleine sjees en een jonge ruiter de ruimte en laat ze voorbij rijden. De koetsier is een wat oudere man die gedag zegt en trots meldt dat hij al 30 jaar rijdt. Hij slaat het bospad in waar ook mijn route loopt. Er staat uitdrukkelijk dat ruiters verboden zijn. Ik neem aan dat de man weet wat hij doet. Stapvoets rijdt hij voor me uit tot hij niet verder kan. Hij kan geen kant op. Links, rechts en rechtdoor, alles is gebarricadeerd. Met moeite weet hij de sjees te keren, het paard zet grote ogen op en reageert nerveus. Ik geef de alweter alle ruimte en denk er het mijne van.


Vliegtuig

Halverwege Lage Vuursche en Hollandse Rading ligt Fazantenhof . Een brand heeft het gerenommeerde hotel/restaurant verwoest. In al die jaren dat ik in deze omgeving wandel, heb ik het pand nog in volle glorie gezien. Na de verwoestende brand in 2006 is nog lang het zwartgeblakerde witte pand te zien. Het moet ergens in 2012/2013 zijn als het puin is opgeruimd en een rijtje van wat lijkt op drie panden, is verrezen. In 2020 zie ik opeens de neus van een vliegtuig in ‘de woonkamer’ staan. Vandaag zie ik het weer. Ik besluit even te gluren en loop de voortuin in. Er hangt een verkleurde poster op het raam met “cormorant seaplanes”. Internet biedt uitkomst en ik ben al snel in contant met de ontwerper van het watervliegtuig, Chris Rijff. Chris bouwt hier met geld van ‘fans and fools’ aan een elektrisch watervliegtuig. Het duurt nog wel een jaar voordat het prototype daadwerkelijk getest kan worden. Tot die tijd kan je in de woonkamer een (skelet van een) vliegtuig zien staan.

Sommige routes vervelen nooit. Deze ook niet. Wil je ook het Marskramerpad lopen? Op Wandelnet vind je alle info.

 

Duinzand

Maar 2 euro kost het om een wandeling te mogen maken door het Noord-Hollands Duinreservaat. Echt voor niets! De wandeling is het meer dan waard. Het zou wel fijn zijn geweest als ik had leren lopen als de Fremen uit Dune!

 

Dit wordt de eerste van een aantal wandelingen over onverharde paden. Wandelnet heeft namelijk oktober bestempeld als 'maand van het onverharde pad'. Het is maar bij toeval dat het deze is geworden. Want één ding is zeker: ik ga ze allemaal lopen!

Mijn jaarlijkse weekendje met een vriendin is dit keer gepland in Alkmaar. Het ritme van onze weekendjes ligt vast: dagje cultuur, dagje natuur. Onze wandelgeschiedenis gaat decennia terug. En gek genoeg (of juist ook niet) is er altijd een punt op de route dat ons doet denken aan een van onze eerdere avonturen. En het toeval wil dat vanaf deze week de film Dune in de bioscopen te zien is. Het is de derde poging om het meesterwerk van Frank Herbert te verfilmen. Ik blijf bij mijn eigen verbeelding; het boek is altijd beter.

 

Een avontuur zal het vandaag niet worden. We hebben namelijk een gpx-file gedownload. Dan kan het niet mis! Toch? Nog nooit eerder liepen wij samen een duinwandeling. Ik had al wel eens een strandetappe gedaan en ik wist dat lopen over zand niet makkelijk is. Ik had niet verwacht dat het losse duinzand zo veel moeilijker en zwaarder zou zijn. Je voeten zakken diep weg en elke keer wanneer je je schoen los maakt uit het zand, belandt een deel ervan in je schoen. Steeds stoppen om schoenen leeg te maken. Oké, ik overdrijf lichtelijk. De ondergrond is niet overal van dat losse zand. Maar ik adviseer wel een hogere schoen aan te trekken. Duin op, duin af, wind in de rug, windstilte, wind op kop. Afwisselende vergezichten en dan weer bomen die je blik naar binnen richt. Maar ook kale duinen, lage begroeiing, bomen scheef gegroeid door de overheersende wind. Wat opvalt is de plotselinge verandering van de vegetatie op deze wandeling. Het kalkarme zand gaat over in kalkrijk zand. Onder onze voeten wordt het IJsselmeerwater gefilterd door het duinzand om later als drinkwater te worden opgepompt. En overal sporen van de runderen die hier ergens moeten rondlopen. Aan de overkant van een watertje krijg ik even de kont van een van die enorme Schotse hooglanders te zien. 

 

Ik ben aangenaam verrast door de afwisseling op deze wandeling. Helaas kreeg ik halverwege wel even een déja vu. Ondanks de gpx mis ik een afslag. Ja, dat komt ervan als je teveel bent afgeleid door de mooie omgeving (en ons geklets). Maar dit keer geen steile berghelling die we moeten beklimmen om weer terug te komen op de route. Een aanrader, deze wandeling.

Ook de andere speciale routes over bos, wei, gras, klei of wat ze nog meer selecteren, ga ik lopen.

Ook zin in deze wandeling. Kijk dan op Wandelnet.

 

 

In de voetsporen van de soldaten

Voor mij geen sandalen zoals de Romeinen om door de modderige rivierkleigrond te banjeren. Ik ga vandaag op pad om in de voetsporen te treden van de Romeinen en van de legers van Maarten van Rossum. Een dagtocht van een kleine 20 km waar de Romeinen soms wel 60 km op een dag weg marcheerden. Dat ga ik ze op mijn leeftijd niet meer nadoen. Mijn wandeling start in het Centrum van Arnhem, onderaan de brug over de Rijn. Hier staken de Romeinen, zoals wordt vermoed, de Rijn over.


Lombok
Ik volg de Rijn westwaarts. Dat de Romeinen niet verder naar het noorden zijn getrokken komt natuurlijk door de steile stuwwal, die oprijst langs de kade. Een bijna natuurlijke barrière. Nu hangt het Arnhems museum uitdagend over de stuwwal heen. Al lopend, concludeer ik dat die 16de-eeuwse legeraanvoerder Van Rossum waarschijnlijk hetzelfde heeft gedacht als de aanvoerder van de Romeinen: wat is de makkelijkste weg voor mijn leger. En hoewel beide legers de oever van de rivier zouden zijn blijven volgen, maakt mijn route even een lus om door het fraaie landschap ten noorden van Arnhem te kunnen wandelen.
Zigzaggend loop je door de wijk Lombok, een schoolvoorbeeld van het gedachtegoed van eind 19de eeuw. Goede huizen, een badhuis, een bewaarschool, winkels, politiepost, ruime stratenprofiel voor bomen, plantsoentjes en ander openbaar groen. Alles voor een betere zorg voor de arbeider. Kom daar nu maar eens om!


Rosande polder
Als de kuiten en de knieën in het park Mariendaal zijn getraind, dalen we af naar de Rosandepolder waar de resten liggen van kasteel Rosande. Het 14e-eeuwse kasteel is tijdens de Gelderse oorlogen verwoest en daarna gesloopt. In deze polder stond in de 20ste eeuw een aantal steenbakkerijen (goede klei op loopafstand) maar deze zijn tijdens de WOII zwaar beschadigd en daarna afgebroken. Halverwege de polder ligt een kleine camping, die weliswaar niet zo Spartaans is als het kampement van de Romeinen destijds, maar in geen geval een ANWB-ster zal krijgen. Maar je kunt er prima pauzeren en ze serveren een bakkie met eigengemaakte taart.

 

Kerkepad
Na een heerlijke cappuccino vervolg ik mijn route richting het oude pre-romaanse kerkje van Oosterbeek. Op het plein voor de kerk staat de 300 jaar oude knotlinde die veel legers heeft zien langskomen en zelfs WOII zonder schade heeft doorstaan. Vlak naast de kerk een smal kerkepad richting Heveadorp.
Ter hoogte van het veerpontje naar Driel, klim ik even de stuwwal op om mijn legers te zien marcheren. Het uitzicht over de Rijn en de uiterwaarden is prachtig.


Heveadorp
De legers van de Romeinen en van Van Rossum zullen de stuwwal, waar Heveadorp op ligt, niet hebben beklommen. Zij zullen, beneden, via de uiterwaarden verder zijn getrokken. Omdat de route niet door het historische deel van dit dorp loopt, besluit ik hier het Maarten van Rossumpad en het Romeinse Limespad te verlaten. Als afsluiting van mijn wandeling loop ik door het overgebleven deel van dit prachtige stukje historie.
Dirk Frans Wilhelmi, eigenaar van de Hevea-fabriek (rubberen banden en laarzen) kocht in 1915 het terrein van het landgoed Duno. Passend in de tijdsgeest liet hij een jaar later huizen bouwen voor zijn werknemers in een mix van Amsterdamse School en Cottagestijl. Dat de goede intenties van fabriekseigenaar niet alleen barmhartigheid waren, blijkt uit de sociale controle van de vrouw van de eigenaar en het licht dat om 10 uur ‘s avonds werd afgesloten, zodat iedereen op tijd naar bed ging en op elektriciteit kon worden bespaard. Veel woningen zijn door verwaarlozing tijdens de moeilijke economische jaren 80/90 verdwenen, maar er zijn nog voldoende huizen te bewonderen. Mijmerend loop ik naar de bushalte. Zou ik hier willen wonen?


Ook zin om deze wandeling te maken? Gpx-file en routebeschrijving vind je op Wandelnet.

 

Utrecht, aug 2021.


 

 

Als paddenstoelen uit de grond....

Voordat ik de klim kan maken naar de stuwwal waar de Mookerheide ligt, kom ik eerst langs bramenstruiken. Veel is al geplukt maar ik weet nog heel wat rijpe bramen te scoren. Na een uur moet ik mezelf dwingen om niet steeds bij elke struik stil te staan want anders ben ik vanavond om 8 uur nog niet thuis. Wel stop ik regelmatig om de paarse gloed van de hei te bewonderen en te luisteren naar de het gezoem van de hommels en de bijen. Dat is tenslotte de aanleiding voor deze wandeling. De stuwwal vormde eeuwenlang een natuurlijke verdedigingslinie waar soldaten de vallei goed konden overzien en bewaken. Nu geniet ik van het uitzicht en volg de bewegingen van een zeilbootje op de Maas in de verte.

De route vandaag is zeer afwisselend. Het ene moment loop je over glooiend heidelandschap. Het volgende moment na een fikse afdaling, wandel je door het bos. En na een afdaling volgt altijd weer een (steile) klim. De stuwwal is niet bepaald een hoogvlakte, zullen we maar zeggen. Ik zoek al snel een stok die het stijgen en dalen vergemakkelijkt.
Met dit warme weer en na de onkarakteristieke zware regenbuien van de afgelopen dagen schieten ze als paddenstoelen de natte grond uit. Het wordt eens tijd dat ik me wat meer verdiep in de namen van al de verschillende soorten.

Waar Maastricht het meest zuidelijke puntje van Limburg vormt, is Bisselt het meest noordelijke van deze langgerekte provincie. Op heel wat plekken in deze omgeving tref je tekenen aan van het verblijf van de Romeinen. De resten van de Romeinse villa aan de voet van de St Jansberg maar zo ook de leemkuil bij Bisselt, die door de Romeinen is afgegraven om aardewerk te bakken. Het is nu een vennetje dat belangrijk is voor plant en dier. Bisselt is een buurtschap met zo’n honderd vakantiewoningen waar permanente bewoning is toegestaan. Het ligt in een prachtig natuurgebied en hoewel geen heide, komt een stekje hier aardig in de buurt van mijn droom van ‘hutje op de hei’. Na het branden van een kaarsje in het Bisselts kapelletje wandel ik landgoed Mookerheide op.

Pakweg 30 jaar geleden was ik voor het eerst op Landgoed Mookerheide om de droom van mijn schoonouders te doen uitkomen, die hier hun gouden bruiloft vierden. Ik mag zeggen dat ik de binnenkant van dit jachtslot in volle glorie heb mogen bewonderen. Art-nouveau tot in het kleinste kamertje. Het slot is nu eigendom van Natuurmonumenten en wordt momenteel grondig gerestaureerd. De historische tuinen zijn inmiddels klaar. Toegevoegd is een natuurbegraafplaats. En geef toe, waar kun je fraaier ter ruste worden gedragen.

Een hutje op de hei, een jachtslot en een Romeinse villa. Allemaal dromen die ik onderweg ben tegengekomen. Hier eindigt vandaag mijn droomreis.


Ook zin om deze wandeling te maken, download de gpx-file en de kaart op Wandelnet.

 

Utrecht, augustus 2021


 

Frans ontbijt

Ons zullen ze niet meer verrassen. Dit wordt het derde jaar Frankrijk. En hoewel de Fransen bekend staan om hun heerlijke keuken, kan dat niet gezegd worden van hun ontbijt. Een wandelaar moet kunnen starten op een goed ontbijt. Dat hoeft niet direct een ‘full-English-breakfast’ te zijn, maar alleen een croissant met koffie is wel erg mager. In onze rugzak hebben we nu reserve-rantsoen ingepakt, in de vorm van roggebrood en Vache qui Rit (jaja!) uit Nederland. Vinden we een alimentation dan slaan we stokbrood met camembert in voor een lunch.

230 Kilometer zullen we lopen. De GR5 hebben we verlaten en we volgen nu een eigen, met Runkeeper, uitgezette route. Zo ongeveer zoals de bisschop van Canterbury naar Rome gelopen zou zijn. In negen loopdagen van Epinal naar onze laatste stop voor de Zwitserse grens, Pontalier.

Het is een nat en koud voorjaar. De afstanden per dag schommelen tussen de 25 en 30 km, lange dagen dus. Manlief brengt dit jaar onze koffers van a naar b. Samen met een vriend maakt hij er een kampeervakantie van. Ontzettend lief natuurlijk maar ik vermoed dat hij zich verkijkt op de tijd die er gemoeid is met het verplaatsen van onze koffers. En ik kan al verklappen dat hij het nooit meer heeft aangeboden.

 

Het is alweer onze zesde wandeldag, zwaar bewolkt en het regent. De voorspellingen zeggen dat het zo de hele dag zal blijven. Een zware dag van 26 km en we kiezen de snelste route over de weg. De heren van de 15de eeuwse B&B zwaaien ons uit maar gaan snel weer naar binnen. Na een uur lopen zijn we doorweekt en soppen we in onze schoenen. Tegen zoveel regen is weinig regenkleding bestand. Wanneer we zo’n 8 km hebben afgelegd, stopt een auto. De chauffeur vindt ons zo sneu en biedt ons een ritje aan. Zuslief slaat het aanbod direct af met de verklaring dat we naar Rome lópen. Ogen op steeltjes van ongeloof. Was ik alleen geweest had ik het ritje dankbaar aanvaard.

 

Moe en kletsnat, wacht ons aan het eind nog een verrassing. Manlief belt. Hij staat met onze bagage bij ons overnachtingsadres maar het is gesloten en opent pas om 17.00 uur. Bijna twee uur wachten, met dit weer! Zuslief en ik besluiten om het eerste het beste hotel in het stadje binnen te lopen en daar een kamer te nemen. De dubbele overnachtingskosten nemen we op de koop toe. We zijn het zat voor vandaag. Behoefte aan een warme douche, droge kleren en een wijntje. We hebben mazzel. Hotel Bambi is onze redding. Snel manlief hierheen dirigeren met ons droge goed en het andere adres annuleren. Zittend aan een glaasje wijn kunnen we nog bergen verzetten!

 

 

Mei 2015.


 

 

Bagage

Het is alweer het derde jaar op onze route naar Rome. We gaan zo’n 150 km afleggen van Beaufort (L) naar Knutange in het allernoordelijkste puntje van Frankrijk.

Als luxe lopers dragen wij onze bagage niet zelf. Wij wandelen en de koffers nemen de taxi. De koffer van zuslief is zelfs op wieltjes te zwaar. Tot nu toe is het elke ochtend gelukt. De ene keer heeft het wat voeten in aarde, maar een andere keer biedt de hotelier spontaan aan iemand van zijn personeel te laten rijden. Of rijdt hij zelf. Met de auto zijn het natuurlijk geen afstanden. Hoewel! Vorig jaar in de Belgische Ardennen bleek de afstand die wij zouden wandelen slechts 16 km te zijn. Een mooi route dwars door de het bos naar de andere kant van de berg/heuvel. De taxi reed bijna 80 km heen en terug. Die keer hebben we de hoofdprijs betaald voor ons bagagevervoer. Elke keer zijn we weer blij dat onze bagage keurig is afgeleverd en op ons staat te wachten.

De laatste wandeldag lopen we van Dudelange in Luxemburg naar Knutange in Frankrijk. Hardop uitgesproken zijn de plaatsnamen al bijna een gedicht. De wandeling van 30 km hebben we gisteravond op de valreep even ingekort naar pakweg 23. Minder GR5 en iets meer asfalt. De receptionist belt het taxibedrijf en legt uit wat de bedoeling is. Ze vragen 70 euro voor het ritje. De receptionist is ontdaan: “belachelijk bedrag, ik stel voor dat ikzelf, na mijn werk, een ommetje rijd en de bagage aflever”. Dat is ontzettend aardig en we geven hem een dikke fooi. Het zal de eerste keer zijn dat wij eerder arriveren dan onze bagage!

We lopen Frankrijk binnen en het contrast met Luxemburg is enorm. Luxemburg is rijk en schoon en zelfs het bos lijkt aangeharkt. Terwijl dit hoekje van Frankrijk, dit voormalig mijnengebied, zwaar verarmd is. Wanneer we de volgende ochtend op onze terugreis in de bus naar het treinstation zitten, zien we de rafelrandjes aan de boorden van de overhemden en de colberts, zien we de glans van de te vaak geperste broek, zien we de glimlach zonder tanden. Het voelt even heel verkeerd, deze luxe wandeletappes.

 

Mei 2012.


 

Schuilen

's Morgens vertrekken wanneer het regent heeft niet onze voorkeur. Maar vandaag, maandag 9 juli 2012 schijnt de zon. We hebben een lange tocht voor de boeg, 26 kilometer. Gisterenavond hebben we een alternatief uitgestippeld zodat we direct vanuit het hotel op pad kunnen en hopelijk iets van het aantal kilometers kunnen afknibbelen. Zowel Els, onze route-app, als een ouderwets kompas brengen we in stelling om dat alternatief door het bos te overbruggen. Dat is weer prima gelukt. De weergoden zijn wel erg humeurig vandaag en we krijgen behoorlijk wat regen op ons kop. Gelukkig treffen we op het juiste moment een schuilhut waar we droog kunnen lunchen.

De route is best goed gemarkeerd. Maar ja, dan moet je wel opletten en je niet laten afleiden door leuke mannen. Met andere woorden, we missen af en toe een markering. Gelukkig altijd in ons voordeel (minder km’s). Wanneer we Remich bereiken hebben we wel een Leffe verdiend. Het centrum van het dorp ligt als een lang lint langs de Moezel. Ons hotel Des Pecheurs ligt aan dat lint. Ik weet alleen niet exact waar en lopen daardoor 2 km te veel. En ik kan je verzekeren dat 2 km heel veel is aan het eind van een wandeldag. Het hotel wordt gerund door Japanners. Waarom de toko zo heet wordt de volgende ochtend duidelijk als de kade vol zit met vissers. De kok van het hotel is ook Japans en we kunnen genieten van een verrukkelijk diner. Als afsluiting krijgen we een klein glaasje geserveerd. Nietsvermoedend drinken we en toasten op de volgende dag. Kijken we onderin het glaasje dan zien we iets “ondeugends”. Zuslief vraagt of ze het glaasje mag meenemen. Weer terug op onze kamer moet ik even aan de slag om uit te zoeken waar het volgende hotel precies ligt. Nog zo’n fout als vandaag kan zelfs onze fijne zuster-relatie niet aan.

Met het kleine souvenir als afscheid verlaten we Remich en gaan door de wijngaarden op weg naar Monsdorf les Bains.

 

 

Mei 2012.


 

Ik vertrek

De route naar Rome leidt ons dit jaar (2011) via de GR5 van Vielsalm (B) naar Beaufort (L). In totaal zo ‘n 125 km. Zuslief heeft slechts een week vakantie. Zeven dagen uit en thuis, met 5 loopdagen. Nieuw is een route- app op mijn smartphone. Verdwalen zullen we niet meer.

 

Brug weg

Vandaag alweer de laatste etappe van Diekirch naar Beaufort. De routebeschrijvingen in de gids sporen niet met de markeringen onderweg, zodat Els, zoals we de route-app inmiddels noemen, onmisbaar blijkt. Een paar dagen geleden ging het ook al mis. Op weg naar Dasburg zou er een brug moeten zijn over de rivier de Our. Maar helaas, geen brug. Terug naar het asfalt? Liever niet. Twee Santiago-wandelaars lopen tegen hetzelfde probleem aan. Met elkaars hulp lukt het om met droge voeten, al klimmend en klauterend over grote rotsblokken, de overkant te bereiken. We schrikken van de drukte bij hotel Dayton. Motorrijders van de Hells Angels bezetten alle plekken op het terras. Hun uiterlijk en hun harde stemmen, het is niet wat we hier hadden verwacht. Binnen is het stil. Jan en Hille uit Spakenburg hebben deelgenomen aan “Ik vertrek”. Ze moeten nog erg wennen, vertellen ze. Ze zijn nog veel in Nederland. Dat zien we ook aan het toiletpapier en aan het eten dat wordt opgediend. Wanneer de drukke motormuizen zijn vertrokken, blijken wij hun de enige gasten. Ik vermoed dat Jan en Hille in dit behoudende Luxemburg niet blijvend zullen aarden. Zuslief blijkt trouwens tijdens de klauterpartij over de Our een flinke jaap in haar kuit te hebben opgelopen.

 

Verhalen

De problemen van vandaag ontstaan bij een steengroeve. Markeringen ontbreken en het aantal paden komt niet overeen met de kaart. Een aardige steengraver probeert een handje te helpen, maar het brengt ons niet dichter bij ons doel, blijkt later. Het gebruik van de route-app is dubbel. Je wilt niet verrast worden door teveel extra kilometers maar de leukste verhalen ontstaan wel als er iets mis gaat. Uiteindelijk komt het gekozen pad uit op een asfaltweg. Niet de weg die we verwacht hadden, maar ook deze weg loopt naar Beaufort. En, zoals zuslief liefjes zegt, we lopen naar Rome en niet per se via de GR5. Dat is natuurlijk ook zo. Vele wegen leiden naar Rome.

 

Moordend

De omgeving van Beaufort is een heel bekend wandelgebied, ook wel klein-Zwitserland geheten. Hier voelen we aan kuiten en knieën wat ons in de Alpen te wachten staat. Twee stokken maakt het afdalen minder pijnlijk.

Op een pleintje in Beaufort bestellen we een wel-verdiende Leffe, want die smaken na zo'n wandeling beduidend beter. Een echtpaar dat we gisteren ook hebben gezien, ziet ons genieten. “Hebben jullie dat hele stuk gelopen.?” “Ja hoor, we zijn op weg naar Rome, dus we hebben nog even”. Het ongeloof op die gezichten!

 

Het tweede jaar zit er op. We hebben ook weer lessen geleerd voor volgend jaar. Zo moeten we minstens één, maar liefst twee dagen meer lopen. Hopelijk kan zuslief dit op haar werk regelen. Als afsluiting past een opmerking van een oude lokalo: de toeristen vinden de bergen mooi, maar ze zijn moordend.

 

 

Utrecht 5 mei 2011.


 

De top

Voorpret

Sinds de start van onze reis naar Rome hebben zuslief en ik al heel wat kilometers in de benen. Gemiddeld 7 loopdagen en we zijn 7 jaren verder. Ofwel, pak 'n beet,  1,5 maand. We overnachten in hotels en b&b’s en, luxe lopers als wij zijn, bestellen een taxi voor onze bagage. “Alleen de bagage? En jullie dan?”. “Wij gaan er lopend heen”. Het ongeloof, het is bijna verslavend.

In februari/maart start het uitstippelen van de etappes op de computer en het maken van reserveringen. In de route-app, die we Els zijn gaan noemen, kan ik dan precies zien waar we lopen. Verdwalen kan nu echt niet meer. Heerlijk, die voorpret. Dit jaar vertrekken we met de trein naar Martigny en vliegen terug vanaf Turijn.

 

Vier uur

Vandaag, 28 juli 2017, klimmen we Zwitserland uit naar het einddoel van vandaag, de Sint-Bernardpas op 2478 m, tevens de grens met Italie. De hotelier van Bourg St. Pierre zal onze bagage op de postbus zetten en de chauffeur van de bus zorgt voor aflevering bij het klooster op de pas. Prima geregeld! Wat de kosten zijn horen we morgen bij de Auberge de l’Hospice.

De etappe is ‘maar’ 15,5 km en we zullen bijna 900 meter stijgen. Het is erg warm, dat zal het zwaar maken. Volgens de bewegwijzering moet het in 4 uur te doen zijn. Misschien voor lokalo’s, maar ik vermoed dat wij er langer over gaan doen. Het eerste deel van de route lopen we keurig de door mij uitgestippelde route over goede bergpaden. Het stijgt maar geleidelijk. Dat belooft een geniepig staartje.

Op papier lokt ons halverwege een koffiemoment, maar in de praktijk blijkt het een bouwval. Het restaurant kende waarschijnlijk zijn hoogtijdagen voor de opening van de Sint-Bernardtunnel. Wanneer we de teleurstelling hebben verwerkt, besluiten we om de oude weg naar de pas te nemen. Alleen toeristen rijden er en het stijgt altijd gelijkmatiger dan het pad door de bergen.

 

Water

Het is zwaar. De combinatie van steeds stijgen, de volle zon en, niet onbelangrijk, de wetenschap dat we eigenlijk met te weinig water vertrokken zijn. Achteraf durven we aan elkaar toe te geven dat we bijna op het punt hebben gestaan om een auto aan te houden.

We zijn dan ook euforisch als we na 5 uur het klooster in zicht krijgen. Het is weer gelukt! Al 1000 jaar worden hier passanten opgevangen. En we zijn even stil als we horen dat in de pre-telefoon-tijd er twee kloosterlingen dagelijks de berg afdaalden om de communicatie te onderhouden met het dorp. Zomer en winter, weer of geen weer. De ene naar Zwitserland en de ander daalde af Italië in. De sint-bernardshonden zijn er alleen nog voor de toeristen.

Nadat we ons hebben opgefrist bezoeken we de kerk en de stilteruimte. Echte pelgrims zijn we niet, maar deze rust doet iedereen goed. Rond 18.00 uur zijn de dagjes-mensen vertrokken en wordt het ook stil op de pas. Vanaf morgen zullen ook wij als pelgrims de Via Francigena naar Rome gaan volgen. Nog zo"n 1000 km te gaan.

 

 


 

Napret

Negen jaar geleden vertrokken zuslief en ik wandelend vanuit Maastricht naar Rome. Elk jaar komt de stad van Romulus en Remus dichterbij. We zijn de Alpen over en lopen inmiddels in noord-Italië.

Vandaag gaat het dan echt gebeuren. De Povlakte ligt nu definitief achter ons en de komende 3 dagen gaan we dwars door de Apennijnen. Een weinig toeristisch gebied met schaarse overnachtingsmogelijkheden. In grote lijnen volgen we vanaf de St. Bernardpas de via Francigena, die wij nu al bestempeld hebben als de opvolger van de pelgrimage van Santiago de Compostella. Dit is het vierde jaar op dit pad en we zien het elk jaar drukker worden.

Stijgen en dalen
We vertrekken met de geruststellende gedachte dat we vanavond een plek hebben in hostel Cassio en morgen er op zijn Italiaans iets geregeld is bij een hostel op de Cisa Pass. Prima. In de benen dan maar. We verlaten Fornovo di Taro en moeten meteen ‘aan de bak’. Het stijgt langzaam, maar de afdalingen zijn erg stijl. We zullen in totaal ruim 600 meter stijgen, waarbij het venijn als altijd in het staartje zit.
Tijdens het dalen ga ik zigzaggend naar beneden. Zuslief huppelt als een hinde elke berg af en moet beneden steeds op me wachten.

Overkant
We ontmoeten een Zwitserse dame die alleen op pad is naar Rome. We blijken ongeveer hetzelfde tempo. Wij wat sneller maar vaker rusten, zij gestaag zonder veel te stoppen. Het eerste deel pakken we de fiets-variant, asfalt dus. Zuslief blij. Als Vierdaagse loper gaat haar voorkeur uit naar bestrating. Zelf wissel ik graag af, mijn spieren worden zo stijf op het asfalt.
Geen dorpjes onderweg, af en toe een verlaten huis en her en der een kappeltje. Beetje doods eigenlijk na de drukte van de Povlakte. Ongeveer halverwege, blijkt het gehucht Terenzo een kerk te hebben en -hoera- een barretje. Een cappuccino gaat er altijd in. Binnen blijkt onze Zwitserse dame al aan de koffie te zitten. Wanneer ze ons tegen elkaar hoort praten, vraagt ze of wij de Hollandse dames zijn want die werden gemist tijdens de oversteek over de Po. Dat is wel bijzonder. Blijkbaar is er een soort buzz onder de wandelaars over wie er allemaal onderweg zijn. Wij kozen de noordoever-route om niet afhankelijk te zijn van het pontje. Om met het pontje overgezet te worden moesten we wel erg vroeg uit bed. We doen liever rustig aan.

Hostel
Voor het eerst in al die jaren slapen we in een hostel. Lekker goedkoop, maar ja, geen drank, geen ontbijt. De beheerder verwacht inderdaad 2 Hollandse dames. Waarom heeft hij niet gewoon mijn e-mail beantwoord zodat ik wist dat hij bedden had gereserveerd! Het is een vreemde vogel, die man, creepy zelfs. En zijn hostel is ook vreemd. In de slaapkamer zijn 5 slaapplekken maar we blijken de enige twee gasten. Althans in deze kamer. De badkamer is aansluitend maar als we ons willen opfrissen lijkt het alsof de ruimte al in gebruik is. Er hangen badpakken aan haakjes die van mijn oma hadden kunnen zijn, handdoeken liggen verspreid in de ruimte alsof ze al gebruikt zijn. We voelen ons bespied.
Wanneer we opgefrist weer buiten staan op zoek naar eten en drinken, komt onze Zwitserse dame aanlopen. De beheerder zegt dat hij geen plaats meer heeft, maar weet nog wel een ander adresje voor haar. Ook vreemd, want er is genoeg plaats.

Hoewel het pas 16:30 uur is mogen we toch bij de pizzeria naar binnen en serveert de eigenaar ons graag een drankje. En, zoals hier gebruikelijk, wordt er ook een schaal met hartige hapjes neergezet. Voor nu, drankje, hapje, Wifi, meer hebben we niet nodig.

 

 

 

Italië, 17 oktober 2019


 

Utrecht te Voet, Naar de Heuvelrug

Vanuit het centrum van Utrecht stralen, als een ster, de 13 wandelingen van Utrecht te Voet. Het is inmiddels misschien wel 10 jaar geleden dat Utrecht te Voet is geïntroduceerd. In de loop der jaren heb ik ze allemaal gelopen. Sommige meerdere keren. Vandaag probeer ik de route 'Over de Heuvelrug' naar Bilthoven te lopen alsof ik er nooit eerder heb gewandeld. Het traject is ruim 12 km.
 

Maliebaan

De Maliebaan, het startpunt van deze wandeling, heeft een eigen Wikipediapagina. Nou, dan weet je 't wel. Het Maliespel, de wapenschouw van Napoleon, het paardenwedrennen, het eerste ANWB fietspad, de WO II met zijn NSB en het verzet, een 17-tal beelden van vrouwelijke kunstenaars, de piekenkermis.

Het is slechts een greep van de wetenswaardigheden van een laantje van niet meer dan 1 km. Mijn advies: print de pagina uit en loop de Maliebaan op en neer voordat je verder gaat. 

 

Park Bloeyendael

Wanneer ik het Rosarium achter me laat, blijk ik niet verder te kunnen. Het brugje over het water achter de Waterlinieweg is tijdelijk voor werkzaamheden geblokkeerd. Ik laat mijn gps bepalen hoe ik het makkelijkst aan de andere kant kan komen zodat ik mijn weg kan vervolgen. Park Bloeyendael is niet een park met gladgeschoren gazons en picknickplaatsen. Maar wel met prachtige wandelpaden, bloemenweiden, een heemtuin, een wildakker, een waterlelievijver en een imkerij.

De route loopt verder langs de Camping de Berenkuil. Eigenlijk is hier al lang geen sprake meer van een camping. Jaren is er onenigheid over de bestemming. Nu worden er vakantiehuisjes neergezet. Waar moet ik nu heen met mijn tent?

 

Fort Voordorp

Het fort is onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie tussen Utrecht en de Bilt. Waar eens soldaten werden gehuisvest om Utrecht te verdedigen, worden nu evenementen, feesten en partijen gegeven. Het is een vreemd idee dat dit hele gebied onder water gezet kon worden om de vijand tegen te houden.

 

Beukenburg

Wanneer ik de drukke spoorverbinding Utrecht-Amersfoort ben overgestoken duik ik het bos van Beukenburg in. Hier loop je door mooie rechte beukenlaantjes. Het bos is het begin van een groot uitgestrekt bosgebied dat doorloopt tot Hilversum. Vlak voor je Bilthoven binnenloopt, ligt links Het verloren Kerkhof.

De poort tot een gebied waar zwervers begraven werden en ook ter nagedachtenis aan de onderduikers van WO II. Een monumentje om even bij stil te staan.

 

Ik ben blij met de routes van Utrecht te Voet. Loop ze allemaal, zou ik zeggen.

 

Wil je deze wandeling ook eens lopen, ga naar Wandelnet.nl om de GPX-file en de routebeschrijving te downloaden.

 

Utrecht, 13 juni 2021

 


 

 

Gein en Vecht, op zoek naar Monet en Mondriaan

De eerste warme dag na een natte en veel te koude periode. En het is zondag. Niet het meest geschikte moment om een NS-wandeling te gaan lopen. Maar, net als velen met mij, is de behoefte om erop uit te gaan groot.
Ruim 14 km zal de route zijn.


De Gein
De Gein is een klein riviertje bij Abcoude, het meandert traag door het vlakke land. Dikke rietkragen ontnemen af en toe het zicht op het water. Maar o o, wat is het hier prachtig. Fraaie oude landgoederen/boerderijen, mooie molens met de rust van dat water. Grote reclameborden laten weten dat buurtbewoners geen windmolens willen. Monet, Mondriaan en andere kunstenaars lieten zich inspireren door dit riviertje, dat snap ik nu wel. Een van mijn volgende wandelingen loop ik door langs de Gein naar Driemond, en via de andere kant terug om te genieten van het veranderde perspectief.

 

 

De Vecht
Maar voor nu sla ik af richting Nigtevecht en loop door een wilgenlaantje dat een Van Gogh schilderij had kunnen zijn.
Mijn hersenen filteren de hoge elektriciteitsmasten weg. Ik weet niet of dat met windmolens ook zal lukken. Waarschijnlijk alleen als het windstil is. Vanwege het broedseizoen mag ik niet via het dijkje naar Fort Nigtevecht. De loop-en fietsbrug over Amsterdam-Rijnkanaal brengt me in het dorpje zelf. De terrasjes aan het water zijn weer goed bezet maar ik besluit door te lopen tot ik een rustig plekje vind aan de Vecht. Na de Gein is de Vecht een rivier van statuur. Bij elk optrekje met of zonder theehuis een passende boot aan een eigen steiger. Amsterdamse rijkdom uit vroegere tijden bewoond door hedendaagse miljonairs.

 

 



Weesp
Bij fort Hinderdam verlaat de route de Vecht om dwars door de weilanden rechtstreeks door te steken naar Weesp. De koeien liggen herkauwend in de wei en in de verte hoor, zie en ruik ik een boer het grasland maaien. Daar is het dan ook prima weer voor.
Aangekomen bij de Vecht in Weesp schrik ik even van de drukte. De drukte op straat, de volle terrassen, drukte op het water. Ik neem deel aan de drukte door even 'n pilsje te pakken.

Ook zin om deze wandeling te doen. De Gpx-file en kaart vind je op Wandelnet.nl

 

Utrecht, 30 mei 2021.

 


 

Rondwandeling Rozendaal

Een waarschuwing vooraf: op deze wandeling kom je kuitenbijtertjes tegen. Maar linksom of rechtsom, deze rondwandeling is hoe dan ook prachtig. Bos en heide wisselen elkaar af in een heuvelachtig landschap. De route start bij de parkeerplaats van landgoed Rozendael en is bijna 16 km lang.

 



Landgoed Rozendael
Net buiten Arnhem, waar het land begint te glooien, ligt Rozendaal. Een klein dorp dat de fusiegolf van de gemeentes heeft kunnen omzeilen. Op het vaste land de kleinste gemeente van Nederland. Dat vind ik nou weer een leuk weetje.
Een 700 jaar oud landhuis direct aan het begin van het park. Een mooier begin van een rondwandeling kan je je niet wensen. De weg stijgt geleidelijk en al snel ben ik omringd door bomen.

 

De omgewoelde grond aan de zijkant van het pad getuigt van wilde zwijnen maar ik krijg ze niet te zien. Wat een prachtig bos. Sparren, dennen, beuken, berken, frisgroene bosbessenstruiken. Jonge, oude en dode bomen. Vooral de dode exemplaren vind ik prachtig. Ze zitten vol leven! Oud hout leeft.

 
Rozendaalsche Veld
Vrij plotseling zie ik door de bomen heen de aanloop naar het Rozendaalsche Veld. Een rustig klimmetje naar een hoogte van bijna 95 meter over een uitgestrekt heidegebied. Je kunt de wolken bijna aanraken. Na de brandtoren duikt de route weer het bos in. Het is fijn dat in dit druk bezochte gebied de wandelaars, de fietsers en de mountainbikers van elkaar gescheiden paden hebben. Op de Tafelberg stop ik en haal mijn lunchpakketje tevoorschijn. Wel een toepasselijke plek, lijkt mij. Er is nog een reden om hier te stoppen en niet een kilometer verderop.

De Posbank
De Posbank is een van de bekendste (wandel)plekken van Nederland. En dat is niet vanwege het bijzondere gebouw van Natuurmonumenten. Op een bepaalde manier doet het me ook denken aan Jamaica Inn van Daphne Du Maurier. Bij storm, wind, mist en regen zal het op deze hoogte precies zo kunnen spoken.
Maar vandaag is het een prachtige zonnige dag in de meivakantie met rijen mensen bij de koffie to go. De parkeerplaats vol, de bankjes bezet. Toch sta ook ik even stil bij het schitterende uitzicht dat is ontstaan door de ijstijden die 200.000 jaar geleden ons klimaat beheersten.
De top van de Kraaijenberg bereik ik zonder onderweg te moeten stoppen om op adem te komen. Wel heb ik de kuitenbijtertjes gevoeld.
Beekhuizense Beek

Na deze adembenemende klim gaat het pad verder over licht glooiend bos- en heidegebied. De meeste mensen zijn achterbleven op de Posbank en het wordt weer heerlijk rustig.
Wanneer ik mijn laatste kopje thee drink op een bankje bij de plas met de watervalletjes van de Beekhuizense Beek vertelt een passerende bejaarde mij dat hier Wim Kan met Corry Vonk, zijn vrouw, nog heeft geschaatst. “Zegt die naam u nog iets”, vraagt hij.

Ik denk dat ik deze route eens ga lopen als het mist en het regent om de gelijkenis met Jamaica Inn te beoordelen.

Deze heerlijke rondwandeling is te vinden op Wandelnet.nl.

 

Utrecht, 1 juni 2021


 

Het luie end

In het buitenland loop ik bij gelegenheid altijd even een kerkhof op. Elk land zijn eigen tradities, uitgestald op de begraafplaats. Dat geldt natuurlijk ook voor onze eigen laatste-rustplaatsen. Hier meestal strakke rechte paden met afgebakende ligplekken. Laat ze mij maar cremeren en uitstrooien.

Engels landschapstijl
Het is een kwartiertje lopen van mijn huis naar begraafplaats Soestbergen, een mooi voorbeeld van een uitzondering. Deze begraafplaats is in 1830 door de gemeente aangelegd. De locatie lag buiten de stadsmuren en de gemeente wilde tegelijkertijd wel een wandelpark creëren voor zijn stadsbewoners. Destijds waarschijnlijk een gewaagde combi.
Op deze buitenplaats geen rechte lijnen maar kronkelende paadjes rondom een cirkelvormige grafheuvel waar prominente burgers kunnen worden bijgezet. In het midden een rond gat met een knekelput, die gelukkig nu niet meer in gebruik is.

Tuinarchitect Zocher jr. was de ontwerper van deze plek. Evenals het ontwerp van de Singel rondom de stad koos hij ook hier voor de Engelse landschapsstijl. Via een slingerende route met kleine hoogteverschillen loodst hij je langs alle rustenden. De gekozen beplanting zorgt voor een treurige melancholieke sfeer. De eeuwenoude bomen worden goed onderhouden.

Misschien is deze laatste rustplaats toch zo gek nog niet. Dat kan nog steeds want deze begraafplaats is nog volop in bedrijf. Hij is inmiddels wel als monument bestempeld, wat zoiets betekent als 'je mag kiezen uit grijs, grijs en grijs voor de grafsteen. Allemaal goed en wel maar dan lig je wel op ‘t luie end.

Het luie end

is de Utrechtse benaming voor dit gedeelte van de stad, met aan de ene kant een gevangenis en aan de andere kant een begraafplaats; een boude benaming.

Had mijn vader zaliger ook zoiets in gedachten toen hij zei: “ik kan niet ligt op het kerkhof en ik wil niet ligt ernaast”.

Wil je ook tot rust komen, maak dan een ommetje in wandelpark Soestbergen en loop dan via de oude spoorbaan door naar de begraafplaats Kovelswade. Ook een mooie rustplaats, een plaats om tot rust te komen.

 

Utrecht  14 mei 2021


 

Explosie van de natuur

Rondwandeling Gouderak

Net buiten Gouda duiken we de polder in en parkeren de auto in Moordrecht. Weg van de snelweg, je kent het nog wel. Een rondwandeling van 10 km.

 

Hollandsche IJssel

De route leidt ons langs de Hollandsche IJssel. We lopen hoog op de dijk het dorp uit.

Vanuit deze hoge positie hebben we een mooi overzicht over de rivier aan de rechterkant en de uitlopers van Moordrecht aan andere kant. Het is verrassend druk op de dijk, niet zo fijn om te lopen. Een automobilist stopt naast ons: “Het is te gevaarlijk om hier te lopen” en wijst naar rechts. We dalen het talud af en vervolgen de route via een duidelijk pad langs de rivier. Weg weids uitzicht. Daarvoor in de plaats het gezang van veel rietzangers, die we al lopend natuurlijk niet te zien krijgen. Bij de Julianasluis van Gouda mogen we gelukkig de polder in.

 

Krimpenerwaard

En hier in de polder is de explosie van de lente goed te zien en te horen. Het is een grijze dag maar dat zal de vogels niet deren.

De zwaan is druk in de weer met haar nest. De waterhoentjes zitten rustig op hun bouwsels. En ook de fuut zit braaf te broeden. En met de laag scherende zwaluwen weten we dat de zomer op komst is. De kleine bonte specht voert voor ons een show op wanneer we rustig een boterham zitten te eten.

Weg van de snelweg, biedt de polder een weids uitzicht met aan de horizon Stolwijk. Is dit waterrijke gebied de reden van de bijzondere smaak van de Stolwijkse kaas? Even verderop zien we zelfs een bord ‘ the Cranberry company, farming with nature’. De Krimpenerwaard heeft blijkbaar niet alleen de vogels iets te bieden!

 

Via een grote lus naderen we het dorp Gouderak en zijn er meer mensen op de been, fietsers zowel als wandelaars. Wanneer we een vliegtuig horen, realiseren we ons pas dat we eigenlijk blij zijn met deze pandemie. Al een jaar lang nauwelijks de herrie en de stank van vliegverkeer. Dat geeft te denken!

De kleine gemeenschap Gouderak is met een pontje verbonden met Moordrecht. Hij ligt klaar als we komen aanlopen. Dit is wel een heel bijzonder pontje. Hier niet aan één kant erop en aan de andere kant eraf. Halverwege de oversteek draait de pont.
We zwaaien als dank en afscheid nog even naar de stuurman.

 

Misschien kunnen de ontwerpers van de route het eerste deel veranderen? Maar we hebben genoten van weer een bijzonder stukje Nederland.

Ook zin in deze rondwandeling? De routekaarten en de GPX-file vind je op www.wandelnet.nl

 

10 mei 2021


 

Mozes brug

De lucht is dreigend, maar we wagen het erop. De NS-rondwandeling is 18 km en de route loopt via delen van LAW Nederlands Kustpad en het Floris V-pad.

 

Het weer zou ons niet moeten afschrikken maar in de loop der jaren zijn we meer luxe-lopers geworden, moet ik constateren. Behalve dan tijdens de wandelvakantie. Dan geldt ‘weer of geen weer’.

 

Na het verlaten van de station lopen we oostwaarts, zodat we het rondje tegen te klok in lopen. Waarom? Dat zal aan het einde van het traject blijken, is ons verzekerd door Rob Franssen, padcoördinator bij Wandelnet. We lopen de stad uit door een jaren 60-wijk die momenteel flink onder handen genomen wordt om de bewoonbaarheid en duurzaamheid te verbeteren.

 

Landgoed Zoomland

Wanneer we de snelweg zijn overgestoken komen we direct in het eeuwenoud bos van landgoed Zoomland. We lopen al snel langs enkele aardige uitspanningen, maar het is nog wat te vroeg voor een pauze. Bij de Stayokay komen meerdere wandelpaden samen. Hier stappen we over op het Floris V-pad. Het bos heeft brede beukenlaantjes behorend bij inmiddels verdwenen landhuizen. Geen eikenlaantjes met de kriebelige processierupsen. Het is een prachtig bos met veel afwisseling van loof- en naaldbomen, heide, weiland, stuifzand en moeras. De vochtige lucht van vandaag ruikt aards. De regen van de afgelopen weken heeft wel wat modderige paden gevormd. We stoppen regelmatig om te luisteren naar de vogels en om te proberen ze te spotten. Steeds te laat, echte vogelaars zijn we dan ook niet.

 

Fort De Roovere
Na het kruisen van snelweg A4 pikken we bij Fort De Roovere de wit-rode markering van de LAW Nederlands Kustpad op, ofwel de GR5. Dit is tevens onderdeel van de Europese route nummer 2 naar Nice! Nu in coronatijd is het fort een rustige en geschikte plek voor een pauze. We nemen de gelegenheid om de beroemde Mozesbrug even te bekijken.

De route gaat verder door het landgoed Buitenlust via een drassig grondgebied en over de Lignewal. Dit is de oudste waterlinie van Nederland en dateert uit de 16e en 17e eeuw.

 

Uiteindelijk lopen we via een parkwijk Bergen op Zoom al weer binnen. De route leidt ons door het historisch centrum, dwars door het middeleeuwse Markiezenhof. En wanneer we de Grote Markt bereiken, snappen we waarom we deze rondwandeling tegen de klok in hebben gelopen. Een plein met prachtige historische panden waar het heerlijk is om even bij te komen op een terras. Een take-away cappuccino kan natuurlijk ook altijd.
Een heerlijke wandeling!

Ook zin in deze rondwandeling? De routekaarten en de GPX-file vind je op www.wandelnet.nl

 

April 2021.

4 mei 2021 - Even stilstaan....

Jac van Someren, Verwachting, brons
Jac van Someren, Verwachting, brons

Rondwandeling Ravenstein, stilstaan bij de bevrijding

Tussen Nijmegen en Oss slingert de Maas door een weids landschap met her en der wat verspreid liggende oude dorpjes. De route is 15,5 km en is gemarkeerd via het knooppuntennetwerk. Mijn vertrekpunt is station Ravenstein.

 

Ik vertrek in westelijke richting via een heel smal fietspaadje. Je moet hier als fietser geen tegenligger tegenkomen. Op weg naar het dorp Deursen-Dennenburg, een van de vele oude dorpjes in dit gebied. Het is rustig op straat. Op het schoolplein spelen de kinderen onder toezicht van de juf. Ze zegt me gedag. Het dorp lijkt verder uitgestorven. Oude hoeves naast moderne grote boerderijen. De zendmast van Megen is met zijn 135 m behoorlijk dominant, maar ja, ook dit buitengebied wil kunnen bellen en internetten!

Ik struin door de Maasuiterwaarden en wanneer ik het uiterste puntje van de route heb bereikt, neem ik een besluit.

 

Stilstaan

Recht voor mij lonkt Megen. Ik kan hier niet lopen zonder een bezoek te brengen aan de geboorteplaats van mijn vader (Jac van Someren) en waar ik zelf als kind zo vaak heb gespeeld. Megen kon lang prat gaan op zijn stadsrechten maar in 1994 is ook dit dorp ingelijfd bij de gemeente Oss. Megen bezit nog zijn oude stratenplan met karakteristieke kinderkopjes en oude woonhuizen. De gevangenistoren, de kloosters getuigen van andere tijden. De film Oorlogswinter van het gelijknamige boek van Jan Terlouw is grotendeels hier opgenomen.
Maar daar kom ik niet voor. Megen omarmde zijn oud-bewoner als kunstenaar en in dit kleine dorpje staan maar liefst drie beelden van Jac van Someren. Het belangrijkste beeld staat op de dijk, met uitzicht op de Maas, als eerbetoon aan de Engelse piloten van Market Garden die in september 1944 in groten getale over Megen richting Nijmegen en Arnhem vlogen. Mede door hen kan ik hier nu vrij lopen.

Heen en weer, heen en weer gaat het pontje richting Appeltern en Blauwesluis. En ik sta stil. Ik sta stil bij meer dan 75 jaar vrijheid. Ik sta stil om te kunnen lopen.

 

Dorpjes

Terug op de route volg ik de slingerende dijk en de lucht hangt zwaar boven mijn hoofd. Een bui kan niet uitblijven.

Dieden, Demen en Neerlangel, drie kleine woongemeenschappen veilig schuilend achter de dijk. De kerk van Batenburg aan de overkant blijft lang in beeld. Oude kerkjes, oude molens, alles ademt hier historie.

Er is veel scheepvaart op de Maas. Stroomopwaarts varen ze weinig sneller dan ik loop. Wanneer ik even stop bij een rustpunt ter hoogte van Demen dan wordt me vriendelijk verzocht mijn afval mee naar huis te nemen. Het bevreemdt me dat de bewoners dit moeten vragen, maar blijkbaar hebben ze weinig positieve ervaringen met toeristen.
En dan ben ik alweer bijna aan het eind van deze route. Ravenstein is een oud vestingstadje, niet zo oud als Megen, maar zeker ook de moeite waard om er even rond te lopen. Als binnenkort de terrasjes weer open mogen....., ja dan……

 

Ook zin in deze rondwandeling? De routekaarten en de GPX-file vind je op www.wandelnet.nl